Ster onder de sterren
door: Leon de Kort
Begin 2005 nam Leontien afscheid van de wielersport in Ahoy Rotterdam. Leon de Kort schreef een artikel in het afscheidsmagazine.
“Wat een puinhoop, zeg!” Heerlijk, zo’n reactie, direct bij binnenkomst. Typisch Leontien. Altijd recht voor z’n raap. Ongekunsteld. Puur. Nee, het hart van Nederlands beste wielrenster ooit, misschien wel ’s lands beste sportvrouw aller tijden, heeft nooit de kans gekregen in een moordkuil te veranderen. Misschien dat juist die spontane, soms ook wat ongenuanceerde uitspraken ‘Tinus’ hebben gemaakt tot wat ze in de ogen van het Hollandse publiek is geworden: de normaalste ster onder de sterren.
Ze heeft overigens wel een beetje gelijk deze morgen, met haar opmerking, wanneer ze huize Zijlaard – de woning van haar schoonouders - via de keukendeur binnenstapt. Chaos is troef. Overal staan (veelal dof geworden) bekers, overal liggen er medailles en overal slingeren wielershirts in de meest wanstaltige kleuren. Dan valt haar blik op de vijf identieke beelden die in een groepje tussen de ontelbare souvenirs van een droomcarrière op de salon-tafel staan. Wéér zo’n hartekreet. “Oh, Mike, gelukkig! Hier zijn m’n Jaap Edens. Ik miste ze vanmorgen thuis al. ’Ik dacht nog: waar heeft hij die dingen nou weer gelaten. Want ik moet zeggen: aan deze beelden van de Sportvrouw van het jaar-verkiezing hecht ik écht waarde. Ik vind ze mooi en ze hebben ook veel betekenis. Je wordt niet zomaar vijf keer tot de beste uitgeroepen. Toch?’’
Uitgelicht door een professionele studiofotograaf krijgt de verzameling van prijzen overigens even later wél iets indrukwekkends. De hoeveelheid vertelt het een en ander over het succes van de Boekelse. “En dit zijn alleen de spullen van rond 1990, 1992”, merkt Michael Zijlaard op. “Waar de rest is gebleven? Weggegeven, denk ik. Zeker de laatste jaren heeft ze dat veel gedaan. Stel je voor dat we hier nu álle bekers van 20 jaar wielrennen zou hebben. Man, daar zou hier niet eens ruimte genoeg voor zijn geweest.”
Met de verve van een beroepsmodel neemt Van Moorsel plaats in een luie stoel die als een soort jacht op een zee van glinsterend blik (de trofeeën) dobbert. “De zoveelste fotoreportage van de voorbije weken. Ach, wat maakt ’t uit? Nog even en ik ben ervan verlost. Of althans, voor een groot deel. Na mijn afscheidsavond in Ahoy’ wordt het ongetwijfeld een stuk rustiger. Daar kijk ik best naar uit.”
Een vaarwel op een hoogtepunt. Na Sydney, waar ze drie gouden plakken opraapte, had eveneens een geschikt moment kunnen zijn. Haar carrière ontbeerde echter nog een prijs: het werelduurrecord. Met de fenomenale race in Mexico-stad was de cirkel echt rond. Athene moest een sportieve toegift worden.
“En ik kan nog steeds zeggen dat het ogenblik om voorgoed af te stappen, prachtig is. Iedere sporter droomt hier toch van? De gouden achtervolging was opnieuw een hoogtepunt, zeker na die val in de wegrace. Voor hetzelfde geld had ik die dag m’n laatste meters gereden. Nou, daar zou ik een beroerd gevoel aan hebben overgehouden. Want ik herinner me nog hoe ik reageerde tijdens de wereldkampioenschappen op de baan in Antwerpen van 2001. Ik pakte de regenboogtrui op de achtervolging, maar door een defect aan mijn fiets draaide de puntenkoers op niets uit. Ik moet er niet aan denken als ik had besloten daar afscheid te nemen”, aldus de wielerdiva.
Sinds half augustus is het freewheelen dat ‘Tinus’ doet. “Al is me dat een beetje te vrijblijvend uitgedrukt. Je weet half niet hoeveel verplichtingen ik achter de rug heb. Volgens mij was het nóg hektischer dan na de Spelen van 2000. Lekker hè, dat je niets meer hoeft te doen, hoor ik dan mensen om me heen roepen. Joh man, je moest ’ns weten wat je zegt. ’t Is de afgelopen maanden echt een gekkenhuis geweest. Als ik vier keer samen met Mike thuis heb gegeten, is het veel. Voor de rest zaten we ergens anders of waren we onderweg, met tussendoor een broodje gekocht bij een benzinepomp.”
“Ik merk wel dat ik van binnen al veel rustiger ben geworden. De spanning is uit m’n lichaam verdwenen. In de aanloop naar Athene kon ik soms nachten geen oog dichtdoen, nu slaap ik bij wijze van spreken al zodra er één been in bed ligt. Ik hoef geen uitgekiende trainingsschema’s meer samen te stellen, ik hoef niet langer op m’n eten te letten en ik kan gewoon in plaats van om vijf uur pas tegen achten
’s avonds aan tafel gaan. Best wennen trouwens, ook voor Mike. Pas geleden hadden we afgesproken met vrienden wat te gaan eten, begint Michael ineens te steigeren. ‘Let je op de tijd? Je moet dadelijk wel alvast wat pakken hoor’. Hé Mike, ik ben klaar met fietsen, weet je nog?, antwoordde ik. Hij zat weer even met z’n gedachten in het ritme dat we jaren aan een stuk hebben gekend.”
Niet dat de sport naar een zijspoor wordt gerangeerd. “Ben je gek? Al ben ik blij dat ik op tijd ben gestopt, ik blijf sportverslaafd. Zolang ik leef, zal ik de fiets pakken, op de loopband of de Powerplate gaan staan. Nu gebeurt dat nog dagelijks, maar ik kan me voorstellen dat het in de toekomst misschien drie keer per week wordt. Dan een uurtje of twee, dan een uur; gewoon hoe het uitkomt met m’n tijd. Door te sporten voelt een mens zich stukken beter. Bovendien: ik moet wel aftrainen na al die jaren. Michael is wat dat betreft een goed voorbeeld van hoe het niet moet. Die heeft last van hartkloppingen en hyperventilatie gekregen, omdat hij na het fietsen met alles ophield. Joh, er zijn voorbeelden zat van sporters die binnen een jaar of twee 20 kilo zwaarder werden. Meestal jongens die het deden voor het geld en de roem. Die zaken hebben me nooit geïnteresseerd. Ik heb altijd gefietst uit liefde voor de sport.”
Die verbondenheid en de uitdaging anderen op weg te helpen naar een gezonder leven is terug te vinden in het gedachtegoed van het nieuwe bedrijf dat Leontien en Michael in Hazerswoude-Rijndijk zijn begonnen. Leontien Total Sports begeleidt mensen met overgewicht, een gebrek aan zelfvertrouwen of gewoon personen die op verantwoorde wijze een betere conditie willen opbouwen. Daarbij wordt ook de hulp ingeroepen van fysiotherapeuten en een sportarts. “Ik heb wat met sport, ik weet hoe het voelt om 45 kilo én 85 kilo te zijn en wat niet lekker in je vel zitten precies inhoudt”,
verzekert Van Moorsel die tevens optreedt als persoonlijke coach van de talenten in de ploeg van Ton van Bemmelen/AA Drink.
“Met discipline en 100 procent inzet kun je al heel ver komen. Dat houd ik meiden als Suzanne de Goede en Josefien Groeneveld voor. Het mag geen opgave zijn te moeten letten op je voeding en ze moeten een kick krijgen van het feit dat ze elke dag weer de training hebben afgemaakt. Ik verlang het nodige van hen, dat realiseer ik me ook heel goed. Als ze maar durven en blijven afgaan op hun eigen gevoel.
Ik maak schema’s, maar laat de meiden wel meedenken. Ze hebben inmiddels een ander voedingspatroon. Lijkt me logisch: we praten wel over topsport, daar moeten ze naar handelen. En het is best mogelijk dat ze de wereldtop nimmer bereiken. Als ze er maar een paar jaar voor hebben geleefd. Dan kunnen ze zichzelf altijd in de spiegel blijven aankijken.”