Sydney 2000
door Bas Steman
Winter was het, en warm. Meer dan 35 graden.
Leontien, Michael en ik benutten het eerste licht van de dag om te trainen. Daarna werd het te heet. Onwennig reden we links van de weg, Sydney uit, de heuvels in, waar het ongerept was en stil. Alleen het ruizen van onze longen, het suizen van bandjes op klef asfalt en een naar een kleiner verzet knerpende ketting waren geluiden.
Iedere dag kropen we op de fiets en volgden we elkaars spoor langs het water, naar de heuvels. Van heel dichtbij maakte ik Michael en Leontien mee. Ik zag haar wil, maar ook haar kwetsbaarheid, haar onzekerheid, haar haat-liefde relatie met voeding. Ik ademde de spanning in van de verwachtingen die zij zichzelf had opgelegd. In het hotel in Oxford falls waren onze slaapvertrekken gescheiden door een dunne wand. Ik hoorde haar stem. Ze belde Boekel: er zaten teveel bochten in het tijdritparcours, er zouden teveel heuvels zijn om goed te kunnen trainen voor de baan. En als die wielerbaan dan ook nog eens te stijl zou zijn. De dag erna was ze nog meer gespannen dan voorheen. Michael en ik hielden een rustdagje, maar Leontien wilde opnieuw de heuvels in. Verbeten trapte ze de vals bijtende meters onder zich weg. Zo heb ik haar leren kennen, worstelend met haar twijfel, maar altijd vechtend, en krachtputtend uit haar zwakste momenten. Zij gaf afzien schoonheid. Ze had haar doel helder voor ogen. Alles leek ver weg.
In het jaar 2000 was Leontien een spil in ons leven. Rood omcirkeld waren de data waarop zij in Sydney moest rijden. De achtervolging, de wegwedstrijd, de tijdrit. En met lichtgrijs de puntenkoers. Alles moest wijken voor haar trainingsprogramma, haar wedstrijdschema, haar nukken en glimlachen. Mijn vrouw Ariane, in verwachting van onze zoon Jip, en ik lieten ons leiden. Drie weken na de geboorte van onze zoon, stond ik in Sydney samen met Harry en Martha van Moorsel, en mijn vriend/ cameraman Frank Lodder had ik een plek gevonden een paar honderd meter voorbij de streep. Het miezerde en het werd koud. Leontien verstopte zich achterin het peloton. We waren adrenaline. In die uren langs de kant herkauwden we de vreugden van de kampioenschappen, de bewondering. Ik dacht aan hoe Michael en Leontien in 1998 het wk-tijdrijden bijna zonder sponsor stonden, aan de lol in Moskou om het slechte eten, en de vieze kamers. Ik zie het gezicht dat ze trok. Ik dacht aan het criterium in Noord-Holland waar Leontien tempo-trainingen hield, waardoor het peloton zowat op een ronde werd gezet. Ik dacht aan Joop en Ans Zijlaard, die niet hun huis hadden opengesteld, maar hun hele leven, hun hart. Dagelijks leefden en trainden zij mee voor dat ene doel. Joop op de brommer, Ans als motor in huis. Maar de diepste ontroering die ik voelde toen ik haar in Sydney zag rijden, zit veel dieper, die overstijgen de wielersport. Ineens was ze een heel klein meisje op een grote fiets, dat spelenderwijs begonnen was en een eigen wereld werd, een icoon. De overwinning op zichzelf en op anorexia geven haar prestaties hoogglans. Daarom zijn de gouden medailles van Sydney geen wielrenmedailles, maar het was eremetaal voor de mens Leontien van Moorsel en haar dierbaren.
Nog zie ik Harry en Martha balancerend op de rand van een acute zenuwinzinking de naam van hun dochter schreeuwen. ‘Tinus!’ Op het grote beeldscherm stak Leontien de handen in de lucht. Nederland juichte. We stonden op de goede plek, dankzij het feit dat we geen accreditaties konden krijgen. Voor onze ogen, en voor onze camera, reed Tinus in de handen van haar ouders. Verder waren er geen fotografen te bekennen. Zonder door de zoeker van mijn camera te kijken schoot ik enkele foto’s. Dat moment, is in mijn hart gebrand. Net zoals het verhaal van Lance Armstrong heeft Leontien zichzelf en talloze mensen bevrijd en hoop gegeven. Na anorexia is er weer toekomst. Alles wat in januari nog ver weg was, kwam hier samen.